← Terug naar blog

Back-ups van je website: zo regel je het goed (en waarom één back-up geen back-up is)

Harde schijven voor het opslaan van website-back-ups

Een mislukte update, een hack, een vergissing in de database of een hostingpartij met een storing: er zijn tientallen manieren waarop een website van het ene op het andere moment kapot kan gaan. Er is maar één echte verzekering tegen al die scenario’s tegelijk: een goede back-up. Maar “we hebben back-ups” blijkt in de praktijk vaak schijnzekerheid. In dit artikel lees je hoe je het wél goed regelt.

Wat moet er in een back-up zitten?

Een complete WordPress-back-up bestaat uit twee delen: de bestanden (thema’s, plugins, geüploade afbeeldingen en documenten) en de database (alle pagina’s, berichten, instellingen en bestellingen). Alleen bestanden of alleen de database is een halve back-up — je hebt beide nodig om een site volledig te herstellen. Vooral bij webshops is de database het kloppende hart: daar staan je orders en klanten in.

De 3-2-1-regel

De gouden standaard voor back-ups is de 3-2-1-regel: drie kopieën van je gegevens, op twee verschillende soorten opslag, waarvan één op een andere locatie. Voor een website betekent dat vooral: bewaar back-ups niet alleen op je eigen server. Gaat de server stuk of wordt hij gehackt, dan ben je anders je site én je back-ups in één klap kwijt. Laat back-ups automatisch wegschrijven naar externe opslag zoals Google Drive, Dropbox of een S3-opslag.

Hoe vaak moet je back-uppen?

De vraag is eigenlijk: hoeveel werk kun je je veroorloven te verliezen? Voor een website die wekelijks verandert, volstaat een dagelijkse back-up. Voor een webshop met dagelijkse bestellingen wil je de database vaker veiligstellen — elk uur of zelfs continu — want elke verloren order is een boze klant. Bewaar daarnaast meerdere generaties (bijvoorbeeld 30 dagen): een hack of fout wordt soms pas na weken ontdekt, en dan moet je terug kunnen naar een versie van vóór het probleem.

Vertrouw niet blind op je hostingpartij

Veel hostingpakketten bevatten back-ups, en dat is een prima eerste laag. Maar controleer wat het precies inhoudt: hoe vaak, hoe lang bewaard, en — cruciaal — kun je zelf herstellen of moet je een ticket indienen en wachten? Bovendien staan die back-ups bij dezelfde partij als je site zelf. Een eigen back-uproutine ernaast, met een plugin die naar externe opslag schrijft, kost weinig en maakt je onafhankelijk.

Een back-up die je nooit getest hebt, bestaat niet

De pijnlijkste ontdekking die je kunt doen is een back-up die niet terug te zetten blijkt — corrupt, incompleet of in een formaat waar je niets mee kunt. Test daarom periodiek een herstel, bijvoorbeeld op een testomgeving. Dan weet je niet alleen dat de back-up werkt, maar ook hoe lang herstel duurt en welke stappen erbij komen kijken. Juist op het moment van een echte calamiteit wil je dat niet voor het eerst uitzoeken.

Vergeet de momenten die er het meest toe doen

Automatische back-ups draaien op vaste tijden, maar de riskantste momenten kies je zelf: vlak voor een grote update, een nieuwe plugin of een wijziging aan je thema. Maak op die momenten altijd even een handmatige back-up. Eén klik vooraf bespaart uren herstelwerk achteraf.

Conclusie

Een goede back-upstrategie is automatisch, compleet (bestanden én database), extern opgeslagen, met meerdere generaties en — bovenal — af en toe getest. Het is onzichtbaar werk waar je hopelijk nooit iets aan hebt. Maar op de dag dat het misgaat, is het verschil tussen “even terugzetten” en “alles kwijt” precies dit lijstje.

← Terug naar blog