Categorie:AlleAISEOMarketingDesignCodeWordpressWoocommerceHTML/CSS

Zelf een SEO-audit doen: controleer je website in een uur

Stethoscoop naast een laptop

Een volledige SEO-audit door een specialist kijkt naar honderden punten. Maar de grootste problemen — de dingen die écht rankings kosten — vind je met een systematische check van een uur zelf. Deze mini-audit loopt de vier lagen van SEO langs: kan Google erbij, werkt de techniek, klopt de content en telt je autoriteit mee? Pak er een notitieblok bij en werk de punten af.

Stap 1: staat alles in de index? (10 minuten)

Zoek in Google op site:jouwdomein.nl. Zie je ongeveer het aantal pagina’s dat je verwacht? Veel te weinig betekent dat Google pagina’s niet kan of wil opnemen; veel te veel wijst op rommel in de index — tagpagina’s, zoekresultaten, oude testcontent. Open daarna Google Search Console (gratis, onmisbaar) en kijk onder “Pagina’s” waarom niet-geïndexeerde pagina’s worden overgeslagen. Controleer ook of je XML-sitemap is ingediend en actueel is.

Stap 2: de technische basis (15 minuten)

Vier snelle controles. Snelheid: haal je homepage en een belangrijke landingspagina door PageSpeed Insights; oranje of rood bij Core Web Vitals betekent werk aan de winkel. Mobiel: open de site op je telefoon en probeer daadwerkelijk iets te doen — formulier invullen, product bestellen. HTTPS: elke variant van je domein (met en zonder www, met en zonder https) moet doorverwijzen naar één versie. Gebroken links: een gratis crawl met een tool als Screaming Frog (tot 500 pagina’s gratis) toont 404’s en redirect-kettingen in één overzicht.

Stap 3: content en zoekwoorden (20 minuten)

Pak je vijf belangrijkste pagina’s en beoordeel ze kritisch. Heeft elke pagina één duidelijk onderwerp en één doelzoekwoord? Staat dat zoekwoord in de paginatitel, de H1 en de eerste alinea? Is de meta-beschrijving uniek en uitnodigend? Kijk daarna in Search Console onder “Prestaties” welke zoektermen al vertoningen opleveren: termen op positie vijf tot vijftien zijn je laaghangend fruit — die pagina’s verdienen als eerste een verbeterronde. Let ook op kannibalisatie: twee pagina’s die op hetzelfde zoekwoord mikken, houden elkaar omlaag.

Stap 4: autoriteit en interne structuur (15 minuten)

Bekijk met een gratis tool als de Ahrefs Backlink Checker hoeveel websites naar je verwijzen en vergelijk dat met twee concurrenten die boven je staan. Groot gat? Dan weet je waar de achterstand zit. Vergeet de interne links niet — die heb je volledig zelf in de hand: verwijzen je blogartikelen naar je dienstenpagina’s, en je dienstenpagina’s naar elkaar? Pagina’s zonder inkomende interne links (“wezen”) worden zelden goed gevonden.

Van bevindingen naar actie

Sorteer je notities op impact: eerst indexeringsproblemen (zonder index geen bezoekers), dan de technische rode vlaggen, dan de contentverbeteringen voor pagina’s die al bijna scoren. Plan de punten in en herhaal de audit elk kwartaal — SEO verschuift, en een uur per kwartaal houdt je scherp.

Conclusie

Een SEO-audit hoeft geen dagenproject te zijn: met een uur en gratis tools als Search Console, PageSpeed Insights en Screaming Frog vind je de problemen die het zwaarst wegen. Controleer indexering, techniek, content en autoriteit in die volgorde, pak eerst het laaghangend fruit en maak er een kwartaalritueel van. Zo blijft je vindbaarheid geen zwarte doos, maar iets wat je zelf in de vingers hebt.

Geplaatst in de categorie: SEO

First-party data: klantdata verzamelen in een wereld zonder third-party cookies

Chocolate chip koekjes met een glas melk

Jarenlang draaide online marketing op derden: derde-partij-cookies die bezoekers over het hele web volgden en advertentieplatformen die precies wisten wie wat wilde kopen. Die wereld verdwijnt. Browsers blokkeren third-party cookies, regelgeving als de AVG stelt strengere eisen en gebruikers klikken massaal “weigeren” op cookiebanners. Wie wil blijven weten wie zijn klanten zijn, moet het anders aanpakken: met first-party data — gegevens die klanten rechtstreeks en bewust met jóu delen. Voor het MKB is dat geen bedreiging maar een kans: het speelveld wordt gelijker, en je eigen website wordt het belangrijkste marketingbezit.

Wat is first-party data?

First-party data is alle informatie die je zelf verzamelt in het directe contact met je klanten: e-mailadressen van nieuwsbriefinschrijvingen, bestelhistorie in je webshop, ingevulde formulieren, accountgegevens, klantenservicevragen, en het gedrag van bezoekers op je eigen website. Het verschil met third-party data: de klant gaf het bewust aan jou, jij beheert het, en niemand kan het je afnemen — geen browserupdate, geen platformwijziging, geen advertentienetwerk dat zijn voorwaarden aanpast.

Waarom dit nu prioriteit verdient

Drie redenen. Betrouwbaarheid: advertentieplatformen zien steeds minder, dus campagnes gericht op je eigen klantenlijsten presteren relatief steeds beter. Onafhankelijkheid: een e-maillijst van vijfduizend klanten bereik je morgen ook nog als advertentieprijzen verdubbelen of een platform je account blokkeert. Vertrouwen: data die klanten bewust delen in ruil voor iets waardevols is niet alleen AVG-proof te verwerken, het voelt voor de klant ook eerlijk — en dat straalt af op je merk.

Zo bouw je een first-party datastrategie op

  • Geef iets terug voor gegevens: een goede nieuwsbrief, een gratis gids of checklist, korting op de eerste bestelling, een prijsconfigurator die het resultaat mailt. De ruil moet de moeite waard zijn.
  • Maak je website de verzamelplek: formulieren, accounts en inschrijvingen op je eigen domein — niet uitsluitend volgers op een gehuurd platform.
  • Breng het samen: koppel nieuwsbriefsysteem, webshop en CRM zodat je één klantbeeld hebt in plaats van drie losse lijstjes. Segmenteer op wat iemand kocht of las.
  • Meet privacyvriendelijk: gebruik statistieken op je eigen domein en werk met toestemming; wat je meet over ingelogde of ingeschreven klanten is rijker dan wat een geblokkeerde tracker ooit zag.
  • Wees transparant: vertel wat je verzamelt en waarom, maak uitschrijven makkelijk. Vertrouwen is de grondstof van deze hele strategie.

Van data naar omzet

Verzamelen is pas het begin; het rendement zit in het gebruik. Concreet: een welkomstreeks voor nieuwe inschrijvers, productadvies op basis van eerdere aankopen, een terugkomcampagne voor klanten die een jaar stil zijn, en e-maillijsten als basis voor “vergelijkbare doelgroepen” in advertentieplatformen. Elk van die toepassingen draait op data die je al bezit — geen dure databronnen, geen afhankelijkheid van cookies van derden. Begin klein: één goed segment en één automatische campagne leveren meestal al meer op dan een jaar extra “likes”.

Conclusie

De cookieloze toekomst is geen probleem voor wie zijn eigen klantdata op orde heeft — het is een voorsprong. Bouw aan first-party data door waarde te ruilen voor gegevens, je website als verzamelpunt in te richten en systemen te koppelen tot één klantbeeld. De bedrijven die dit nu regelen, adverteren straks slimmer, mailen relevanter en zijn onafhankelijk van de volgende privacyschok die de advertentiewereld opschudt.

Retargeting: zo haal je bezoekers terug die nog niet klaar waren om te kopen

Dartpijlen in een dartbord

Van elke honderd bezoekers op je website doen er zo’n vijfennegentig… niets. Geen aanvraag, geen bestelling, weg zijn ze. Dat is geen falen — de meeste mensen zijn simpelweg nog niet zover. Retargeting (ook wel remarketing) is de techniek om juist die groep later opnieuw te bereiken met advertenties. Goed ingezet is het een van de goedkoopste vormen van adverteren; slecht ingezet is het de reden dat mensen zich door schoenen achtervolgd voelen. Dit artikel houdt het bij de goede inzet.

Hoe retargeting werkt

Het principe: een pixel of tag op je website registreert (met toestemming) welke bezoekers er waren en wat ze bekeken. Via advertentieplatforms — Google Ads, Meta, LinkedIn — toon je die groep daarna gerichte advertenties op andere sites en in social feeds. Omdat je adverteert aan mensen die je al kennen, liggen de kosten per klik en per conversie doorgaans flink lager dan bij “koude” advertenties. Je adverteert immers niet aan iedereen, maar aan mensen die al interesse toonden.

Segmenteren: niet iedereen dezelfde advertentie

De kracht zit in het onderscheid. Een paar bewezen segmenten:

  • Winkelwagenverlaters: de warmste groep die er is — herinner ze aan hun mandje, eventueel met een servicegerichte boodschap (“vragen over verzending?”).
  • Productkijkers: toon het bekeken product of de categorie (dynamische retargeting), niet je algemene merkuiting.
  • Dienstenpagina-bezoekers: voor B2B vaak dé groep — zij oriënteerden zich op precies jouw dienst; een case study of klantverhaal werkt hier beter dan “koop nu”.
  • Bestaande klanten: sluit ze uit bij acquisitiecampagnes, of bereik ze juist met aanvullende producten.

Frequentie en smaak: word geen stalker

Het verschil tussen een nuttige herinnering en irritatie zit in drie instellingen. Stel een frequentielimiet in (bijvoorbeeld enkele vertoningen per dag, niet dertig). Beperk de looptijd: wie na dertig dagen niet terugkwam, komt niet meer — laat die los. En stop bij conversie: niets ondermijnt vertrouwen zo als weken achtervolgd worden door het product dat je allang kocht. Wissel daarnaast advertenties af, zodat dezelfde persoon niet maandenlang exact hetzelfde beeld ziet.

De AVG-kant: toestemming eerst

Retargeting werkt met volgcookies en identifiers, en dat mag in Nederland uitsluitend met voorafgaande, echte toestemming via je cookiebanner. Praktisch betekent dat: de pixels van Google, Meta en LinkedIn mogen pas laden ná een klik op “akkoord”, en je privacyverklaring benoemt welke partijen meekijken. Reken er ook mee dat een deel van de bezoekers weigert — je retargeting-doelgroep is dus per definitie kleiner dan je bezoekersaantal. Dat is geen reden om het te laten; het is een reden om de bezoekers die wél toestemmen goed te bedienen.

Conclusie

Retargeting is de logische tweede kans voor de vijfennegentig procent die nog niet klaar was: segmenteer op gedrag, toon een boodschap die bij die fase past, en houd frequentie en looptijd beschaafd. Regel de toestemming netjes via je cookiebanner en meet het resultaat per segment. Zo wordt retargeting wat het hoort te zijn — een behulpzame herinnering, geen digitale achtervolging.

Leadgeneratie via je website: van anonieme bezoeker naar concrete aanvraag

Vissers halen een net binnen op het strand

Voor de meeste dienstverleners en B2B-bedrijven is de website geen webshop maar een leadmachine: het doel is aanvragen, offerteverzoeken en telefoontjes. Toch zijn veel bedrijfswebsites daar helemaal niet op ingericht — het zijn digitale brochures waar de bezoeker zelf maar moet uitzoeken hoe hij klant wordt. In dit artikel lees je hoe je van je website een systeem maakt dat structureel leads oplevert.

Begin bij het conversiepad, niet bij het formulier

Een lead ontstaat niet bij het formulier; daar eindigt hij alleen. Het pad ernaartoe bepaalt het volume: op welke pagina’s komen bezoekers binnen, wat is daar de logische volgende stap, en staat die stap er ook? De praktische oefening: open je vijf best bezochte pagina’s en beantwoord per pagina de vraag “wat wil ik dat de bezoeker hierna doet — en hoe duidelijk staat dat er?”. Op verrassend veel dienstenpagina’s is het antwoord: nergens. Elke belangrijke pagina hoort één duidelijke vervolgstap te hebben, zichtbaar zonder scrollen én onderaan.

Verlaag de drempel: niet iedereen is klaar voor “offerte aanvragen”

De klassieke fout is één conversiemogelijkheid voor iedereen: het contactformulier. Maar bezoekers zitten in verschillende fases. Bied daarom een ladder van drempels: laag (een checklist, prijsindicatie of kennisdocument downloaden — de leadmagnet), midden (een gratis scan, adviesgesprek of terugbelverzoek), hoog (offerte aanvragen). Wie nog niet wil praten, laat misschien wél een e-mailadres achter voor iets waardevols — en die volg je daarna op. Belangrijk bij leadmagnets: de inhoud moet écht goed zijn, en onder de AVG vraag je alleen de gegevens die je nodig hebt en communiceer je duidelijk waarvoor.

Het formulier zelf: elke vraag kost leads

Onderzoek en praktijk wijzen dezelfde kant op: hoe minder velden, hoe meer inzendingen. Naam, e-mail en één inhoudelijke vraag komen ver — de rest vraag je in het gesprek. Zet het formulier op de pagina zelf in plaats van alleen achter een “contact”-link, vertel wat er ná verzending gebeurt (“we reageren binnen één werkdag”), en zorg dat de bevestiging klopt. Overweeg voor complexere diensten een meerstapsformulier: dat voelt lichter en levert vaak completere aanvragen op.

Vertrouwen: de stille conversiefactor

Tussen “interessant” en “ik vul mijn gegevens in” zit een vertrouwensdrempel. Reviews met naam en bedrijf, logo’s van klanten, concrete cases met cijfers, een echt gezicht en telefoonnummer — het zijn geen decoraties maar conversiemiddelen. Vuistregel: bij elk formulier en elke call-to-action hoort in de buurt een reden om jóú te vertrouwen.

Opvolging en meting maken het af

Een lead die drie dagen op antwoord wacht, is geen lead meer. Regel de basis: aanvragen komen direct bij de juiste persoon binnen (en in een CRM of op zijn minst een gedeelde mailbox), er staat een reactienorm, en leads uit downloads krijgen een logische e-mailopvolging. Meet ten slotte per kanaal en per pagina waar je aanvragen vandaan komen — dan weet je waar meer content, betere call-to-actions of advertentiebudget het meest oplevert.

Conclusie

Leadgeneratie is geen kwestie van een formulier plaatsen, maar van een systeem: heldere vervolgstappen op elke belangrijke pagina, conversiemogelijkheden voor elke fase (van download tot offerte), korte formulieren omringd door bewijs, en snelle opvolging. Wie dat op orde heeft, haalt uit dezelfde bezoekersaantallen structureel meer klanten — elke maand opnieuw.