Categorie:AlleAISEOMarketingDesignCodeWordpressWoocommerceHTML/CSS

Belanden je e-mails in spam? SPF, DKIM en DMARC uitgelegd

Rij kleurrijke brievenbussen langs een weg

Je webshop verstuurt keurig een orderbevestiging, maar de klant vindt hem terug in de spammap — of ontvangt hem helemaal niet. Sinds Google en Microsoft hun regels voor afzenders hebben aangescherpt, is dit een van de meest voorkomende problemen bij websites en webshops. De oplossing zit in drie technische afspraken: SPF, DKIM en DMARC. Klinkt droog, maar het principe is goed te begrijpen.

Waarom komt e-mail in spam terecht?

E-mail is van oudsher makkelijk te vervalsen: iedereen kan technisch gezien een mail versturen “namens” jouwdomein.nl. Ontvangende mailservers zijn daarom streng geworden: kun je niet bewijzen dat een e-mail écht namens jouw domein verstuurd mag worden, dan belandt hij in spam of wordt hij geweigerd. Juist e-mails vanaf je website — contactformulieren, orderbevestigingen, wachtwoord-resets — versturen vaak via een route die zonder configuratie niet te verifiëren is.

De drie pijlers: SPF, DKIM en DMARC

SPF: wie mag er namens jouw domein versturen?

SPF (Sender Policy Framework) is een DNS-record waarin je opsomt welke servers e-mail namens jouw domein mogen versturen: je mailprovider, je webserver, je nieuwsbriefdienst. Ontvangers controleren bij elke binnenkomende mail of de verzendende server op dat lijstje staat. Let op: je hebt precies één SPF-record, waarin alle diensten samenkomen — meerdere records naast elkaar maken je SPF ongeldig.

DKIM: een digitale handtekening

DKIM (DomainKeys Identified Mail) voegt aan elke uitgaande e-mail een cryptografische handtekening toe. De ontvangende server controleert die handtekening via een sleutel in jouw DNS. Klopt hij, dan staat vast dat de mail onderweg niet is aangepast en echt bij jouw domein hoort.

DMARC: het beleid dat alles samenbindt

DMARC vertelt ontvangers wat ze moeten doen met e-mail die de SPF- en DKIM-controle niet doorstaat: gewoon afleveren (none), in quarantaine zetten of weigeren. Google en Microsoft eisen inmiddels van vrijwel alle afzenders minimaal een DMARC-record. Begin met beleid “none” en rapportages, en schroef aan naar “quarantine” zodra je zeker weet dat al je legitieme mailstromen goed staan.

En je WordPress-website dan?

Standaard verstuurt WordPress e-mail rechtstreeks vanaf de webserver via PHP — precies het soort route dat bij ontvangers wantrouwen wekt. De betrouwbaarste oplossing is je website te laten versturen via SMTP met een geauthenticeerd e-mailaccount of een transactionele maildienst. Een SMTP-plugin regelt dat in een paar minuten. Controleer daarna of de verzendroute ook in je SPF-record staat en DKIM-ondertekening actief is.

Zo controleer je of het goed staat

Stuur een testmail naar een Gmail-adres en kijk via “Origineel weergeven” of SPF, DKIM en DMARC alle drie op “PASS” staan. Online tools als MXToolbox laten bovendien zien of je DNS-records geldig zijn. Doe deze check ook opnieuw wanneer je overstapt van mailprovider of een nieuwe dienst namens je domein laat mailen.

Conclusie

SPF, DKIM en DMARC vormen samen het bewijs dat jouw e-mail echt van jou komt. Zonder die drie records belandt zelfs volstrekt legitieme mail steeds vaker in spam. Het instellen is eenmalig werk van een uurtje — en het scheelt gemiste offertes, verdwenen orderbevestigingen en frustratie bij je klanten.

Headless WordPress: wat is het en wanneer kies je ervoor?

Broncode van een website op een computerscherm

WordPress is normaal gesproken één geheel: het beheert je content én toont die aan bezoekers via een thema. Bij een headless opzet knip je dat in tweeën: WordPress blijft het beheersysteem, maar de voorkant van je website is een aparte applicatie die de content via een API ophaalt. Een term die je steeds vaker hoort — maar is het ook iets voor jouw website?

Hoe werkt headless WordPress?

In een headless architectuur draait WordPress “zonder kop”: redacteuren werken gewoon in het vertrouwde beheer, maar er is geen thema dat pagina’s rendert. In plaats daarvan stelt WordPress zijn content beschikbaar via de ingebouwde REST API of via GraphQL. De voorkant — vaak gebouwd met een JavaScript-framework als Next.js — haalt die content op en bouwt er zelf de pagina’s van, dikwijls vooraf gegenereerd als razendsnel statische bestanden.

De voordelen

Snelheid

Vooraf gegenereerde pagina’s die vanaf een CDN worden geserveerd, laden extreem snel — er komt bij een paginabezoek geen PHP of database aan te pas.

Veiligheid

De publieke website is losgekoppeld van het beheer. Het WordPress-gedeelte kan achter een slot staan, waardoor het klassieke aanvalsoppervlak van plugins en inlogpagina’s grotendeels verdwijnt.

Eén CMS, meerdere kanalen

Dezelfde content kan naar je website, een app, narrowcasting-schermen of een ander kanaal. Voor organisaties met meerdere front-ends is dat de grootste winst.

Vrijheid voor ontwikkelaars

De voorkant is niet gebonden aan de conventies van WordPress-thema’s; interactieve interfaces bouw je in het framework dat daarvoor het meest geschikt is.

De nadelen — en die zijn serieus

Headless klinkt aantrekkelijk, maar heeft een prijs. Je beheert twee systemen in plaats van één: WordPress én een aparte front-end met eigen hosting en build-proces. Veel plugins werken niet meer vanzelf: formulieren, SEO-output, zoekfuncties, previews en e-commerce vragen om maatwerk of aparte diensten. Redacteuren verliezen vertrouwde functies zoals live voorvertoning. En elke aanpassing aan de voorkant vereist een ontwikkelaar — even snel iets wijzigen in een thema is er niet meer bij. Kort gezegd: de bouw- en beheerkosten liggen structureel hoger.

Wanneer is headless een goede keuze?

Headless is zinvol als je content naar meerdere kanalen moet, als je een zeer interactieve webapplicatie bouwt waarbij WordPress alleen de content levert, of als extreme schaal en snelheid doorslaggevend zijn. Voor de gemiddelde bedrijfswebsite of webshop is het dat meestal niet: een goed gebouwde klassieke WordPress-site met fatsoenlijke caching haalt uitstekende laadtijden zonder de extra complexiteit. Kies headless omdat je een probleem hebt dat het oplost — niet omdat het modern klinkt.

Conclusie

Headless WordPress scheidt beheer en presentatie, met snelheid, veiligheid en meerkanaals-publicatie als winst — en hogere complexiteit en kosten als prijs. Voor de meeste websites blijft klassiek WordPress de verstandige keuze; voor specifieke situaties met meerdere kanalen of zware interactiviteit is headless juist een krachtig gereedschap. Laat de use-case beslissen, niet de hype.

Geplaatst in de categorie: Code

BTW instellen in WooCommerce: zo staat het in één keer goed

Hand met potlood controleert kassabonnen naast een rekenmachine

Weinig onderwerpen zorgen voor zoveel hoofdbrekens bij webshopeigenaren als BTW. Verkeerde instellingen vallen vaak pas op bij de boekhouder — of erger, bij de Belastingdienst. Gelukkig heeft WooCommerce alles aan boord om het goed te regelen. In dit artikel lopen we de belangrijkste instellingen langs voor een Nederlandse webshop.

De basis: BTW activeren en tarieven aanmaken

Zet in WooCommerce onder Instellingen het vinkje “Btw-berekeningen inschakelen”. Daarmee verschijnt het tabblad “Btw”, waar je tarieven per land vastlegt. Voor Nederland zijn dat er drie: het standaardtarief van 21%, het verlaagde tarief van 9% (onder meer voedingsmiddelen en boeken) en 0% voor specifieke gevallen. WooCommerce werkt met drie tariefklassen — standaard, gereduceerd tarief en nultarief — en per product kies je welke klasse van toepassing is.

Prijzen inclusief of exclusief BTW invoeren?

Een keuze die je aan het begin goed moet maken: voer je productprijzen inclusief of exclusief BTW in? Verkoop je aan consumenten, kies dan voor invoeren inclusief BTW. Zo houd je ronde verkoopprijzen (€ 24,95 blijft € 24,95) en rekent WooCommerce de BTW er intern uit. Richt je je op zakelijke klanten, dan is exclusief invoeren gebruikelijker. Bepaal daarnaast wat je in de shop toont: consumentenshops tonen prijzen inclusief, B2B-shops vaak exclusief met de BTW gespecificeerd in de winkelwagen.

Verkopen aan andere EU-landen

Verkoop je aan consumenten in andere EU-landen, dan geldt sinds 2021 de One Stop Shop-regeling (OSS): boven een totale jaaromzet van € 10.000 aan EU-grensoverschrijdende verkopen moet je het BTW-tarief van het land van de klant rekenen. Praktisch betekent dat: BTW-tarieven van alle EU-landen waarnaar je levert in je tabel opnemen, en aangifte doen via het OSS-portaal van de Belastingdienst. WooCommerce past automatisch het juiste tarief toe op basis van het adres van de klant, mits de tarieven correct in de tabel staan.

Zakelijke klanten en BTW-verlegd

Lever je aan bedrijven binnen de EU met een geldig BTW-nummer, dan mag de BTW verlegd worden (intracommunautaire levering, 0%). Standaard controleert WooCommerce geen BTW-nummers; met een EU-VAT-plugin valideer je het nummer van de klant live via het Europese VIES-systeem en past de shop de verlegging automatisch toe. Voor serieuze B2B-shops is dat vrijwel onmisbaar.

Veelgemaakte fouten

  • Verzendkosten zonder BTW: ook op verzendkosten hoort BTW; stel de tariefklasse voor verzending in (meestal het tarief van de goederen in de winkelwagen).
  • Afrondingsverschillen: laat WooCommerce afronden op regelniveau consistent staan en wissel niet tussentijds van inclusief naar exclusief invoeren — dat verschuift al je prijzen.
  • Vergeten tarieven voor nieuwe landen: begin je te leveren aan een nieuw EU-land, voeg dan meteen de tarieven toe.
  • Geen afstemming met de boekhouding: zorg dat de BTW-klassen aansluiten op de grootboekrekeningen van je boekhoudpakket, zeker bij een automatische koppeling.

Conclusie

BTW in WooCommerce is goed te regelen, mits je de basis in één keer goed neerzet: tarieven compleet, prijzen bewust inclusief of exclusief ingevoerd, verzendkosten belast en de OSS-regeling ingericht zodra je over de grens verkoopt. Neem bij twijfel je boekhouder mee in de inrichting — dat voorkomt correcties achteraf die veel meer tijd kosten.

Een klantportaal laten bouwen: wanneer is het interessant?

Teamoverleg met laptop en notitieblok aan tafel

Hoeveel tijd besteedt jouw bedrijf aan het mailen van facturen, het beantwoorden van “wat is de status van mijn opdracht?” en het heen en weer sturen van documenten? Een klantportaal — een beveiligde online omgeving waarin klanten zelf hun zaken regelen — automatiseert precies dat soort werk. In dit artikel lees je wat een klantportaal is, wat ermee kan en wanneer het de investering waard is.

Wat is een klantportaal?

Een klantportaal is een afgeschermd deel van je website waar klanten inloggen en toegang krijgen tot hun eigen gegevens: offertes, facturen, documenten, de status van lopende opdrachten of bestellingen, en een direct kanaal om vragen te stellen of aanvragen in te dienen. Denk aan de “Mijn omgeving” van je verzekeraar of energieleverancier — maar dan op maat voor jouw bedrijf en processen.

Wat levert het op?

  • Minder herhaalvragen: statusinformatie, documenten en veelgestelde zaken staan klaar; klanten hoeven niet meer te bellen of mailen voor iets dat ze zelf kunnen opzoeken.
  • Professionele uitstraling: een eigen portaal straalt organisatie en betrouwbaarheid uit — zeker in B2B maakt dat verschil bij grotere opdrachtgevers.
  • Minder fouten: gegevens worden één keer digitaal aangeleverd in plaats van overgetypt uit e-mails en bijlagen.
  • Klantbinding: wie zijn zaken bij jou overzichtelijk online geregeld heeft, stapt minder snel over.

Voorbeelden uit de praktijk

Klantportalen zijn er in alle soorten en maten. Een administratiekantoor laat klanten documenten uploaden en jaarstukken inzien. Een groothandel geeft vaste afnemers een bestelomgeving met klantspecifieke prijzen en orderhistorie. Een installatiebedrijf toont per klant de geplande onderhoudsbeurten en servicerapporten. Een opleider geeft cursisten toegang tot lesmateriaal en certificaten. De gemene deler: informatie die nu in jouw mailbox en systemen zit, komt beschikbaar op het moment dat de klant hem nodig heeft.

Een klantportaal op basis van WordPress

Een portaal hoeft geen los, duur softwarepakket te zijn. WordPress is er een uitstekende basis voor: gebruikersbeheer, rollen en rechten zitten ingebouwd, en met maatwerk bouw je er de schermen en logica omheen die jouw proces vraagt. Draait je website al op WordPress, dan integreert het portaal naadloos met je bestaande site en huisstijl. Via API-koppelingen praat het portaal bovendien met je boekhoudpakket, CRM of planning — zodat gegevens maar op één plek beheerd worden. Belangrijke aandachtspunten daarbij zijn beveiliging (tweefactorauthenticatie, versleutelde verbindingen, strikte rechten per klant) en de AVG: je verwerkt immers persoonsgegevens.

Wat kost een klantportaal?

Dat hangt volledig af van de functionaliteit. Een eenvoudig documentenportaal is er vanaf enkele duizenden euro’s; een portaal met koppelingen naar externe systemen en maatwerkprocessen loopt hoger op. De relevante rekensom is een andere: hoeveel uur besteedt je team nu per week aan werk dat het portaal overneemt? Bij de meeste bedrijven die er serieus gebruik van maken, verdient een portaal zichzelf binnen een tot twee jaar terug.

Conclusie

Een klantportaal verplaatst terugkerend hand- en mailwerk naar een beveiligde selfservice-omgeving die er professioneel uitziet en klanten bindt. Met WordPress als basis hoeft dat geen mammoetproject te zijn: begin met de functies die nu de meeste tijd kosten en bouw uit op basis van wat klanten daadwerkelijk gebruiken.

Geplaatst in de categorie: Code