Categorie:AlleAISEOMarketingDesignCodeWordpressWoocommerceHTML/CSS

404-fouten en gebroken links: zo spoor je ze op en los je ze op

Doodlopende weg met een dead end verkeersbord

Een bezoeker klikt op een link, vol verwachting — en krijgt “Pagina niet gevonden”. Zonde: die bezoeker is meestal meteen weg. Ook Google waardeert het niet als je site vol gebroken links staat. In dit artikel lees je hoe 404-fouten ontstaan, hoe je ze systematisch opspoort en wat de juiste oplossing per situatie is.

Wat is een 404-fout precies?

404 is de statuscode die een webserver teruggeeft als een opgevraagde pagina niet bestaat. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer een pagina is verwijderd, een URL is gewijzigd zonder omleiding, of iemand ergens een link met een typefout heeft geplaatst. Eén enkele 404 is geen ramp — het internet verandert nu eenmaal — maar structurele 404’s op pagina’s waar bezoekers en links naartoe wijzen, kosten je verkeer en autoriteit.

Waarom zijn gebroken links slecht voor SEO?

Verwijzen andere websites naar een pagina die niet meer bestaat, dan verdampt de linkwaarde die je daar had opgebouwd. Interne gebroken links maken het Google bovendien lastiger om je site te crawlen en wekken de indruk van achterstallig onderhoud. En het belangrijkste: bezoekers die op een dood spoor belanden, haken af — dat gedrag ziet Google ook.

Zo spoor je 404-fouten op

Google Search Console

De belangrijkste bron is het rapport “Pagina’s” (indexeringsrapport) in Google Search Console. Daar zie je precies welke URL’s Google heeft geprobeerd te bezoeken en welke een 404 opleverden — inclusief URL’s waar externe sites naartoe linken.

Een crawler over je eigen site

Tools als Screaming Frog (gratis tot 500 URL’s) of een online broken-link-checker doorlopen je hele website en tonen elke interne link die stukloopt. Handig om periodiek te draaien, zeker na een herstructurering of migratie.

Je eigen statistieken

In Google Analytics 4 kun je pagina’s filteren op de paginatitel van je 404-template. Zo zie je welke niet-bestaande URL’s daadwerkelijk door bezoekers worden opgevraagd — die verdienen prioriteit.

De juiste oplossing per situatie

Niet elke 404 vraagt om dezelfde aanpak:

  • De pagina bestaat nog, maar op een andere URL: leg een 301-redirect van de oude naar de nieuwe URL. Zo behoud je bezoekers én opgebouwde linkwaarde.
  • De pagina is bewust verwijderd en heeft een logisch alternatief: redirect naar de meest relevante vervangende pagina — niet klakkeloos naar de homepage, dat ervaren bezoekers en Google als misleidend.
  • De pagina is verwijderd zonder alternatief: een nette 404 is dan prima. Google haalt de URL vanzelf uit de index.
  • Interne link met typefout: pas de link zelf aan in plaats van een redirect te stapelen.

Maak van je 404-pagina een vangnet

Een goede 404-pagina beperkt de schade: vertel in gewone taal dat de pagina niet bestaat, toon een zoekveld en verwijs naar je belangrijkste pagina’s of recentste blogartikelen. Zo geef je een verdwaalde bezoeker alsnog een route in plaats van een doodlopende straat.

Conclusie

404-fouten zijn onvermijdelijk, maar onbeheerde 404-fouten zijn een keuze. Controleer periodiek Search Console, crawl je site na grote wijzigingen, kies bewust tussen een redirect en een nette 404, en zorg voor een 404-pagina die bezoekers opvangt. Klein onderhoud, groot effect op zowel bezoekers als vindbaarheid.

Geplaatst in de categorie: SEO

Belanden je e-mails in spam? SPF, DKIM en DMARC uitgelegd

Rij kleurrijke brievenbussen langs een weg

Je webshop verstuurt keurig een orderbevestiging, maar de klant vindt hem terug in de spammap — of ontvangt hem helemaal niet. Sinds Google en Microsoft hun regels voor afzenders hebben aangescherpt, is dit een van de meest voorkomende problemen bij websites en webshops. De oplossing zit in drie technische afspraken: SPF, DKIM en DMARC. Klinkt droog, maar het principe is goed te begrijpen.

Waarom komt e-mail in spam terecht?

E-mail is van oudsher makkelijk te vervalsen: iedereen kan technisch gezien een mail versturen “namens” jouwdomein.nl. Ontvangende mailservers zijn daarom streng geworden: kun je niet bewijzen dat een e-mail écht namens jouw domein verstuurd mag worden, dan belandt hij in spam of wordt hij geweigerd. Juist e-mails vanaf je website — contactformulieren, orderbevestigingen, wachtwoord-resets — versturen vaak via een route die zonder configuratie niet te verifiëren is.

De drie pijlers: SPF, DKIM en DMARC

SPF: wie mag er namens jouw domein versturen?

SPF (Sender Policy Framework) is een DNS-record waarin je opsomt welke servers e-mail namens jouw domein mogen versturen: je mailprovider, je webserver, je nieuwsbriefdienst. Ontvangers controleren bij elke binnenkomende mail of de verzendende server op dat lijstje staat. Let op: je hebt precies één SPF-record, waarin alle diensten samenkomen — meerdere records naast elkaar maken je SPF ongeldig.

DKIM: een digitale handtekening

DKIM (DomainKeys Identified Mail) voegt aan elke uitgaande e-mail een cryptografische handtekening toe. De ontvangende server controleert die handtekening via een sleutel in jouw DNS. Klopt hij, dan staat vast dat de mail onderweg niet is aangepast en echt bij jouw domein hoort.

DMARC: het beleid dat alles samenbindt

DMARC vertelt ontvangers wat ze moeten doen met e-mail die de SPF- en DKIM-controle niet doorstaat: gewoon afleveren (none), in quarantaine zetten of weigeren. Google en Microsoft eisen inmiddels van vrijwel alle afzenders minimaal een DMARC-record. Begin met beleid “none” en rapportages, en schroef aan naar “quarantine” zodra je zeker weet dat al je legitieme mailstromen goed staan.

En je WordPress-website dan?

Standaard verstuurt WordPress e-mail rechtstreeks vanaf de webserver via PHP — precies het soort route dat bij ontvangers wantrouwen wekt. De betrouwbaarste oplossing is je website te laten versturen via SMTP met een geauthenticeerd e-mailaccount of een transactionele maildienst. Een SMTP-plugin regelt dat in een paar minuten. Controleer daarna of de verzendroute ook in je SPF-record staat en DKIM-ondertekening actief is.

Zo controleer je of het goed staat

Stuur een testmail naar een Gmail-adres en kijk via “Origineel weergeven” of SPF, DKIM en DMARC alle drie op “PASS” staan. Online tools als MXToolbox laten bovendien zien of je DNS-records geldig zijn. Doe deze check ook opnieuw wanneer je overstapt van mailprovider of een nieuwe dienst namens je domein laat mailen.

Conclusie

SPF, DKIM en DMARC vormen samen het bewijs dat jouw e-mail echt van jou komt. Zonder die drie records belandt zelfs volstrekt legitieme mail steeds vaker in spam. Het instellen is eenmalig werk van een uurtje — en het scheelt gemiste offertes, verdwenen orderbevestigingen en frustratie bij je klanten.

Abonnementen verkopen met WooCommerce Subscriptions

Hand met kop koffie boven een laptop, symbool voor een koffieabonnement

Eenmalige verkopen zijn mooi, maar terugkerende omzet is beter: voorspelbaar, stabiel en vaak winstgevender per klant. Steeds meer webshops verkopen daarom abonnementen — van koffiebonen en supplementen tot software en onderhoudscontracten. Met WooCommerce Subscriptions bouw je dat model in je bestaande webshop in. In dit artikel lees je hoe het werkt en waar je op moet letten.

Wat is WooCommerce Subscriptions?

WooCommerce Subscriptions is de bekendste uitbreiding om abonnementen te verkopen in WooCommerce. Je maakt er producten mee die klanten per week, maand of jaar afnemen, met automatische afschrijving. De plugin regelt de hele levenscyclus: aanmelden, periodiek incasseren, herinneringen bij verlopen betaalmethodes, pauzeren, upgraden en opzeggen — inclusief een “Mijn account”-omgeving waarin klanten hun abonnement zelf beheren.

Wat kun je ermee verkopen?

  • Fysieke herhaalproducten: koffie, supplementen, scheermesjes, bloemen — alles wat klanten periodiek opnieuw nodig hebben.
  • Diensten en contracten: onderhoudsabonnementen, hosting, cursusplatforms met maandelijkse toegang.
  • Ledencontent: in combinatie met een membership-plugin geef je abonnees toegang tot afgeschermde content of kortingen.
  • Proefperiodes en instapkortingen: een gratis proefmaand of een lagere eerste termijn stel je per product in.

Automatische incasso: de betaalmethode bepaalt alles

Het hart van een abonnementenshop is de terugkerende betaling. In Nederland werkt dat meestal zo: de klant betaalt de eerste termijn via iDEAL, waarna vervolgbetalingen automatisch via SEPA-incasso of creditcard lopen. Betaalproviders als Mollie en Stripe ondersteunen dit goed in combinatie met WooCommerce Subscriptions. Controleer vóór je begint of jouw betaalprovider terugkerende betalingen ondersteunt — niet elke betaalmethode kan dat, en dit is de meest voorkomende verrassing bij abonnementenshops.

Waar moet je op letten?

Mislukte betalingen

Er verlopen kaarten, rekeningen raken leeg. Goede “dunning”-instellingen — automatische herinneringen en nieuwe incassopogingen — maken het verschil tussen stilletjes weglekkende abonnees en behouden omzet.

Opzegbeleid en wetgeving

Nederlandse consumentenwetgeving stelt eisen aan stilzwijgende verlenging: na de eerste periode moet een consument maandelijks kunnen opzeggen. Maak opzeggen bovendien niet moeilijker dan aanmelden; dat is niet alleen wettelijk verstandig maar voorkomt ook chargebacks en slechte reviews.

Prestaties bij veel abonnees

Elke verlenging is een bestelling: bij duizenden abonnees groeit je database hard en draaien er dagelijks veel achtergrondtaken. Een goed ingerichte hosting en periodiek opschonen van oude orders houden je shop snel.

Conclusie

Abonnementen maken van losse verkopen voorspelbare, terugkerende omzet, en WooCommerce Subscriptions is daarvoor de volwassen standaard binnen WooCommerce. De techniek van incasso’s, mislukte betalingen en wetgeving vraagt wel om een doordachte inrichting. Staat die basis er eenmaal, dan bouw je aan een klantenbestand dat elke maand opnieuw waarde oplevert.

BTW instellen in WooCommerce: zo staat het in één keer goed

Hand met potlood controleert kassabonnen naast een rekenmachine

Weinig onderwerpen zorgen voor zoveel hoofdbrekens bij webshopeigenaren als BTW. Verkeerde instellingen vallen vaak pas op bij de boekhouder — of erger, bij de Belastingdienst. Gelukkig heeft WooCommerce alles aan boord om het goed te regelen. In dit artikel lopen we de belangrijkste instellingen langs voor een Nederlandse webshop.

De basis: BTW activeren en tarieven aanmaken

Zet in WooCommerce onder Instellingen het vinkje “Btw-berekeningen inschakelen”. Daarmee verschijnt het tabblad “Btw”, waar je tarieven per land vastlegt. Voor Nederland zijn dat er drie: het standaardtarief van 21%, het verlaagde tarief van 9% (onder meer voedingsmiddelen en boeken) en 0% voor specifieke gevallen. WooCommerce werkt met drie tariefklassen — standaard, gereduceerd tarief en nultarief — en per product kies je welke klasse van toepassing is.

Prijzen inclusief of exclusief BTW invoeren?

Een keuze die je aan het begin goed moet maken: voer je productprijzen inclusief of exclusief BTW in? Verkoop je aan consumenten, kies dan voor invoeren inclusief BTW. Zo houd je ronde verkoopprijzen (€ 24,95 blijft € 24,95) en rekent WooCommerce de BTW er intern uit. Richt je je op zakelijke klanten, dan is exclusief invoeren gebruikelijker. Bepaal daarnaast wat je in de shop toont: consumentenshops tonen prijzen inclusief, B2B-shops vaak exclusief met de BTW gespecificeerd in de winkelwagen.

Verkopen aan andere EU-landen

Verkoop je aan consumenten in andere EU-landen, dan geldt sinds 2021 de One Stop Shop-regeling (OSS): boven een totale jaaromzet van € 10.000 aan EU-grensoverschrijdende verkopen moet je het BTW-tarief van het land van de klant rekenen. Praktisch betekent dat: BTW-tarieven van alle EU-landen waarnaar je levert in je tabel opnemen, en aangifte doen via het OSS-portaal van de Belastingdienst. WooCommerce past automatisch het juiste tarief toe op basis van het adres van de klant, mits de tarieven correct in de tabel staan.

Zakelijke klanten en BTW-verlegd

Lever je aan bedrijven binnen de EU met een geldig BTW-nummer, dan mag de BTW verlegd worden (intracommunautaire levering, 0%). Standaard controleert WooCommerce geen BTW-nummers; met een EU-VAT-plugin valideer je het nummer van de klant live via het Europese VIES-systeem en past de shop de verlegging automatisch toe. Voor serieuze B2B-shops is dat vrijwel onmisbaar.

Veelgemaakte fouten

  • Verzendkosten zonder BTW: ook op verzendkosten hoort BTW; stel de tariefklasse voor verzending in (meestal het tarief van de goederen in de winkelwagen).
  • Afrondingsverschillen: laat WooCommerce afronden op regelniveau consistent staan en wissel niet tussentijds van inclusief naar exclusief invoeren — dat verschuift al je prijzen.
  • Vergeten tarieven voor nieuwe landen: begin je te leveren aan een nieuw EU-land, voeg dan meteen de tarieven toe.
  • Geen afstemming met de boekhouding: zorg dat de BTW-klassen aansluiten op de grootboekrekeningen van je boekhoudpakket, zeker bij een automatische koppeling.

Conclusie

BTW in WooCommerce is goed te regelen, mits je de basis in één keer goed neerzet: tarieven compleet, prijzen bewust inclusief of exclusief ingevoerd, verzendkosten belast en de OSS-regeling ingericht zodra je over de grens verkoopt. Neem bij twijfel je boekhouder mee in de inrichting — dat voorkomt correcties achteraf die veel meer tijd kosten.